ECLI:NL:RBAMS:2003:AG3046
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling beroepschauffeur wegens dodelijk verkeersongeval door onvoorzichtig rijgedrag
Op 27 februari 2002 veroorzaakte verdachte, als bestuurder van een gelede autobus in Amsterdam, een ernstig verkeersongeval waarbij een fietsster en haar dochter betrokken waren. Verdachte sloeg rechtsaf vanaf een busbaan en stak een fietsstrook over zonder zich te vergewissen van het aanwezige fietsverkeer, ondanks zijn beroepsmatige ervaring en kennis van de situatie. Hierdoor kon de fietsster niet tijdig stoppen, raakte de bus de fietsster en viel zij, waarna haar dochtertje onder de bus terechtkwam en werd overreden.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte met een te hoge snelheid reed en onvoldoende oplettend was, waardoor hij zijn zorgplicht schond. Getuigen bevestigden het hoge tempo en het gebrek aan oplettendheid. Hoewel het verkeersgedrag van de fietsster niet volledig kon worden vastgesteld, was het onvoldoende aannemelijk dat dit zodanig onvoorspelbaar was dat een beroepschauffeur geen rekening hoefde te houden.
Verdachte werd veroordeeld tot een taakstraf van 150 uur met een vervangende hechtenis van 75 dagen bij niet-naleving, en tot een rijontzegging van negen maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De rechtbank hield rekening met de ernst van het ongeval, de gevolgen voor de slachtoffers, en het feit dat verdachte geen eerdere veroordelingen had.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 150 uur en een gedeeltelijke rijontzegging van negen maanden wegens het veroorzaken van een dodelijk verkeersongeval door onvoorzichtig rijgedrag.