ECLI:NL:RBAMS:2003:AF8097
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om voorlopige voorziening tegen opheffing parkeerplaatsen De Genestetstraat Amsterdam
Bewoners van de De Genestetstraat te Amsterdam vorderden in kort geding dat de gemeente Amsterdam zou worden verboden om op 24 maart 2003 de parkeerplaatsen in hun straat op te heffen en werkzaamheden daartoe uit te voeren. De bewoners stelden dat de voorgenomen herinrichting onrechtmatig was, onder meer omdat een verkeersbesluit ontbrak en de gemeente onvoldoende zorgvuldigheid in acht had genomen.
De gemeente voerde aan dat de opheffing van de parkeerplaatsen al in 1998 was besloten en onderdeel was van een breder plan om de openbare ruimte te verbeteren. Ook stelde zij dat het besluit om de straat als speelstraat in te richten nog niet uitgevoerd zou worden vanwege lopende procedures. De voorzieningenrechter oordeelde dat de brief van 14 maart 2003 geen besluit in de zin van de Awb bevatte en dat geen verkeersbesluit vereist was voor de aangekondigde werkzaamheden.
De rechter overwoog dat de gemeente beleidsvrijheid heeft bij de inrichting van de openbare ruimte en dat het aan de burgerlijke rechter is om te toetsen of het handelen van de gemeente leidt tot onrechtmatig handelen jegens omwonenden. Gezien het democratische besluitvormingsproces en de aard van de hinder achtte de rechter het handelen van de gemeente niet onrechtmatig.
De vordering werd daarom afgewezen en de eisers werden veroordeeld in de kosten van het geding. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het verzoek om te voorkomen dat de gemeente de parkeerplaatsen in de De Genestetstraat opheft, wordt afgewezen.