ECLI:NL:RBAMS:2003:AF6343
Rechtbank Amsterdam
- Raadkamer
- A.M.C. de Wit
- A.M.I. van der Does
- P.K. van Riemsdijk
- Rechtspraak.nl
Toegang benadeelde partij tot proces-verbaal nader verhoor verdachte
Vier klagers dienden een bezwaarschrift in tegen het weigeren van de officier van justitie om hen inzage te geven in het proces-verbaal van het nader verhoor van verdachte door de rechter-commissaris. Tijdens de raadkamerprocedure bleek dat slechts één klager zich had gevoegd als benadeelde partij, een vereiste voor ontvankelijkheid in de bezwaarschriftprocedure op grond van artikel 51d lid 3 Sv.
De rechtbank verklaarde de drie klagers die zich niet hadden gevoegd niet ontvankelijk. De klager die zich wel had gevoegd werd ontvankelijk verklaard, mede omdat het herhalen van de bezwaarschriftprocedure onnodig en nadelig voor hem zou zijn. Hij wenste inzage in het proces-verbaal om zich geestelijk voor te bereiden op de inhoudelijke behandeling van de strafzaak en om zijn vordering als benadeelde partij beter te kunnen onderbouwen.
De officier van justitie had inzage geweigerd vanwege het belang van het onderzoek, de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van verdachte en het algemeen belang. De rechtbank oordeelde echter dat deze belangen niet zodanig geschaad zouden worden dat inzage moest worden geweigerd, mede omdat de inhoudelijke behandeling van de strafzaak spoedig zou plaatsvinden en de klager en zijn raadsman hadden toegezegd het proces-verbaal niet openbaar te maken.
De rechtbank besloot het bezwaarschrift van de ontvankelijke klager gegrond te verklaren en gelastte onmiddellijke verstrekking van het proces-verbaal van het nader verhoor van verdachte op 19, 20 en 22 november 2002.
Uitkomst: De rechtbank verklaarde één klager ontvankelijk en gelastte onmiddellijke verstrekking van het proces-verbaal van het nader verhoor aan hem.