ECLI:NL:RBAMS:2002:AF5358
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.M. Beins
- R.G. Kemmers
- N.J.M. Tijhuis
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid klacht over late betaling en kosten gerechtsdeurwaarder
Klaagster diende een klacht in tegen haar voormalige gerechtsdeurwaarder wegens het niet tijdig doorbetalen van geïncasseerde gelden en het onjuist in rekening brengen van incasso- en beslagkosten. De feiten betreffen betalingen en communicatie tussen 1997 en 2001, waarbij de gerechtsdeurwaarder ondanks toezeggingen pas na herhaalde aanmaningen betaalde.
De klacht werd ingediend na de inwerkingtreding van de Gerechtsdeurwaarderswet op 15 juli 2001, maar de gedragingen waarover geklaagd wordt vonden geheel plaats vóór deze datum. De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders oordeelde dat de nieuwe wet geen terugwerkende kracht heeft en dat de klacht daarom niet ontvankelijk is.
Ten overvloede overwoog de Kamer dat de gerechtsdeurwaarder ook onder de oude regelgeving verplicht was tijdig te betalen, en dat de beslagkosten onterecht bij klaagster in rekening zijn gebracht in plaats van bij de debiteur. De incassokosten waren besproken en toegezegd aan de debiteur te zullen worden verhaald. Desondanks kon dit niet leiden tot ontvankelijkheid van de klacht.
De klacht werd derhalve afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid, waarbij klaagster de mogelijkheid werd geboden binnen dertig dagen hoger beroep in te stellen bij het Gerechtshof te Amsterdam.
Uitkomst: Klaagster wordt niet ontvankelijk verklaard in haar klacht wegens het ontbreken van terugwerkende kracht van de Gerechtsdeurwaarderswet.