ECLI:NL:RBAMS:2002:AF5352
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.M. Beins
- R.G. Kemmers
- N.J.M. Tijhuis
- Rechtspraak.nl
Klacht gegrond verklaard wegens onrechtmatige vestiging deurwaarderskantoor zonder toestemming
In deze zaak klaagt klager over het feit dat beklaagden een filiaal hebben geopend in een plaats zonder toestemming van de minister van Justitie, wat volgens de Gerechtsdeurwaarderswet verboden is. Klager stelt dat beklaagden zich onrechtmatig presenteren als gerechtsdeurwaarderskantoor, wat schade veroorzaakt.
Beklaagden voeren aan dat het om een deurwaarderskantoor gaat en niet om een gerechtsdeurwaarderskantoor, en dat de titel deurwaarder niet beschermd is. Ook betogen zij dat de ambtelijke handelingen correct worden geboekt op de officiële vestigingsplaats.
De Kamer oordeelt dat het vestigingsbeleid van de Gerechtsdeurwaarderswet duidelijk stelt dat nevenvestigingen niet zijn toegestaan zonder toestemming. Het gebruik van briefpapier met namen van gerechtsdeurwaarders wekt de indruk van een gerechtsdeurwaarderskantoor, waardoor misverstanden kunnen ontstaan. Beklaagden hebben onvoldoende zorgvuldig gehandeld en gehandeld in strijd met artikel 12 van Pro de Verordening Beroeps- en gedragsregels.
De klacht wordt gegrond verklaard en aan ieder van beklaagden wordt een berisping opgelegd met de waarschuwing dat bij herhaling een geldboete zal worden overwogen.
Uitkomst: De klacht wordt gegrond verklaard en aan beklaagden wordt een berisping opgelegd met waarschuwing voor geldboete bij herhaling.