ECLI:NL:RBAMS:2002:AF5347
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.W.S. Holtrop
- W.A.H. Melissen
- D. Rijswijk
- Rechtspraak.nl
Klachtprocedure tegen deurwaarder wegens onrechtmatige binnentreding en onvoldoende onderzoek naar bewoner
Klager, huurder van een woning sinds juni 2000, klaagde over onrechtmatige binnentreding door een deurwaarder op 15 augustus 2000. De deurwaarder forceerde het slot na een mislukte beslaglegging, ondanks waarschuwingen van buren dat de geëxecuteerde niet meer op het adres woonde. Klager vorderde schadevergoeding wegens immateriële schade.
De kantonrechter oordeelde dat de deurwaarder onrechtmatig was binnengedrongen en veroordeelde hem tot betaling van een deel van de schade. De klacht werd vervolgens behandeld door de Kamer voor Gerechtsdeurwaarders, die oordeelde dat de gedragingen dateren van vóór de inwerkingtreding van de Gerechtsdeurwaarderswet op 15 juli 2001, waardoor deze niet onder het tuchtrecht vallen.
De Kamer overwoog dat de deurwaarder handelde zoals van een goed deurwaarder verwacht mag worden, gelet op de informatie uit de GBA en de omstandigheden ter plaatse. Hoewel het binnentreden onrechtmatig was, was er geen sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. De klacht werd daarom niet ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Klager wordt niet ontvankelijk verklaard in zijn klacht tegen de deurwaarder wegens het ontbreken van tuchtrechtelijke bevoegdheid over gedragingen van vóór de inwerkingtreding van de Gerechtsdeurwaarderswet.