ECLI:NL:RBAMS:2002:AF2767
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.M. van der Pal
- A.V.T. de Bie
- H.P. Kijlstra
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak levensdelict wegens marteling in Thailand en veroordeling voor doodslag en wapengebruik
De rechtbank Amsterdam behandelde de strafzaak tegen verdachte die werd verdacht van het opzettelijk doden van een persoon in Thailand en het bedreigen en wapenbezit in Nederland. Verdachte werd tijdens zijn eerste verhoor in Thailand gemarteld, wat leidde tot uitsluiting van verklaringen en bewijsmateriaal verkregen in Thailand.
De rechtbank oordeelde dat de Nederlandse vervolging niet onrechtmatig was ondanks de marteling in Thailand, omdat de minister van Justitie de overname van de vervolging in redelijkheid had goedgekeurd. De eerste en tweede verklaringen van verdachte in Thailand werden uitgesloten als bewijs, maar konden wel ontlastend werken.
Verdachte werd vrijgesproken van het primair ten laste gelegde moordfeit, maar veroordeeld voor doodslag omdat hij met een vuurwapen op het hoofd van het slachtoffer had geslagen waarbij een kogel werd afgevuurd. Daarnaast werd hij veroordeeld voor bedreiging met een vuurwapen en het dragen van een verboden wapen in Amsterdam.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 3 jaar en 6 maanden op, met een dubbele aftrek van de detentiedagen in Thailand wegens de slechte detentieomstandigheden. Tevens werd een geldboete van €400 opgelegd voor het wapenfeit. De straf weerspiegelt de ernst van het levensdelict, het gebruik van wapens en de maatschappelijke onrust die daarvan het gevolg is.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van moord maar veroordeeld tot 3,5 jaar gevangenisstraf en een geldboete voor doodslag, bedreiging en wapenbezit.