ECLI:NL:RBAMS:2002:AE8648
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Schorsing vrijstellingsbesluit aanleg verbindingsweg WTCW-terrein Amsterdam wegens onvoldoende milieueffectonderzoek
Het Gemeentelijk Grondbedrijf Amsterdam vroeg vrijstelling op grond van artikel 19 WRO Pro voor aanleg van een verbindingsweg op het WTCW-terrein. Verzoekster, eigenaar van een aangrenzende volkstuin, maakte bezwaar tegen het besluit van 14 februari 2002 dat de vrijstelling verleende. De rechtbank beoordeelde of het besluit voorzien was van een goede ruimtelijke onderbouwing en of de belangen van beschermde flora en fauna voldoende waren meegewogen.
De rechtbank constateerde dat de rugstreeppad, een beschermde diersoort volgens de Habitatrichtlijn en Flora- en faunawet, in het gebied voorkomt. Er was geen ontheffing op grond van artikel 75 Flora Pro- en faunawet aangevraagd of verkregen. Ook ontbrak een milieueffectrapportage die de milieugevolgen van de weg kon beoordelen. Hierdoor was het besluit in strijd met artikel 3:2 Awb Pro genomen.
Gezien het ontbreken van een goede ruimtelijke onderbouwing en het belang van verzoekster bij bescherming van natuurwaarden, werd het belang van onmiddellijke uitvoering van het besluit ondergeschikt geacht. De rechtbank schorst het besluit en gelast vergoeding van het griffierecht aan verzoekster. De procedure tot goedkeuring van het bestemmingsplan loopt nog en zal de genoemde aspecten nader toetsen.
Uitkomst: Het besluit tot vrijstelling voor de aanleg van de verbindingsweg wordt geschorst wegens onvoldoende milieueffectonderzoek en ontbrekende ontheffing voor beschermde diersoorten.