ECLI:NL:RBAMS:2002:AE7396
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling indirecte discriminatie klokurenregeling kinderbijslag voor in Portugal wonende dochter
Eiser, een werknemer met Portugese nationaliteit, vroeg kinderbijslag aan voor zijn in Portugal wonende dochter die onderwijs volgt. De Sociale Verzekeringsbank weigerde dit omdat de dochter niet voldeed aan het klokurenvereiste van minimaal 213 klokuren per kwartaal of een studiebelasting van 1600 uur per schooljaar, zoals vereist in artikel 7 van Pro de Algemene Kinderbijslagwet (AKW).
Eiser stelde dat deze regeling indirect discriminerend is voor niet-Nederlandse werknemers omdat deze alleen is afgestemd op het Nederlandse onderwijssysteem en geen rekening houdt met andere lidstaten, in strijd met Verordeningen 1408/71 en 1612/68 en het EG-verdrag.
De rechtbank concludeerde dat de klokurenregeling geen direct onderscheid naar nationaliteit maakt en ook niet migrerende werknemers meer treft dan nationale werknemers. Er was geen bewijs dat het Nederlandse onderwijssysteem het klokurenvereiste makkelijker maakt dan andere lidstaten. De regeling werd gezien als een sociaal voordeel binnen de werkingssfeer van de genoemde verordeningen.
Daarom oordeelde de rechtbank dat de regeling niet in strijd is met het EG-verdrag en de verordeningen, en verklaarde het beroep ongegrond. Vergoeding van griffierecht of proceskosten werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de klokurenregeling geen indirecte discriminatie van migrerende werknemers inhoudt.