ECLI:NL:RBAMS:2002:AE7153
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot doorhaling hypotheken op binnenschip wegens verjaring afgewezen wegens procedurefout
Verzoekers stellen dat zij eigenaar zijn geworden van een binnenschip door verjaring en wensen de doorhaling van twee hypotheken die op het schip rusten om het schip vrij van hypotheken te kunnen verkopen. De akte van verjaring is ingeschreven in het openbare register, maar de hypotheekhouders zijn onbekend.
De rechtbank oordeelt dat het verzoek tot doorhaling alleen kan worden gedaan op grond van artikel 3:274 lid 3 juncto Pro 3:29 BW, waarbij een dagvaarding tegen de hypotheekhouders vereist is. Omdat verzoekers dit niet hebben gedaan en ook geen procureur hebben gesteld, beveelt de rechtbank dat zij de procedure moeten verbeteren door een dagvaarding uit te brengen gericht aan de hypotheekhouders zoals ingeschreven in het register.
De rechtbank bepaalt dat de behandeling van de zaak zal worden voortgezet na het uitbrengen van de dagvaarding volgens de regels van de dagvaardingsprocedure. Verzoekers krijgen de gelegenheid het verzuim te herstellen en hun stellingen aan te passen aan de toepasselijke procesregels.
Uitkomst: Verzoek tot doorhaling hypotheken wordt afgewezen wegens ontbreken van dagvaarding tegen hypotheekhouders.