ECLI:NL:RBAMS:2002:AE5903
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen ontheffing Flora- en faunawet voor verplaatsing beschermde diersoorten
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij om ontheffing te verlenen aan het Gemeentelijk Grondbedrijf van Amsterdam voor het verplaatsen van beschermde diersoorten in verband met de aanleg van een verbindingsweg op het WTCW-terrein.
De voorzieningenrechter beoordeelt eerst of verzoekster belanghebbende is in de zin van artikel 1:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De rechter overweegt dat het belang bij behoud van natuur- en ecologische waarden een ideëel belang betreft en niet als een persoonlijk en objectief bepaalbaar belang kan worden aangemerkt. Verzoeksters belang onderscheidt zich niet van dat van andere inwoners of bezoekers van het gebied.
Gezien het feit dat de ontheffing niet is verleend voor het doden maar voor het vangen en verplaatsen van dieren, en het ontbreken van een voldoende persoonlijk belang, verklaart de rechter het bezwaarschrift voorlopig niet-ontvankelijk. De belangenafweging leidt tot afwijzing van het verzoek tot voorlopige voorziening. Er worden geen proceskosten toegekend en het griffierecht wordt niet vergoed.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat verzoekster niet als belanghebbende wordt aangemerkt.