ECLI:NL:RBAMS:2002:AE5843
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- U.W. baron Bentinck
- M.A. Broekhuis
- S. van Eunen
- Rechtspraak.nl
Veroordeling verduistering door kluismedewerker van De Nederlandsche Bank
De rechtbank Amsterdam heeft op 12 juli 2002 uitspraak gedaan in de strafzaak tegen verdachte, die als kluismedewerker bij De Nederlandsche Bank N.V. een aanzienlijk bedrag aan bankbiljetten verduisterde. De primaire tenlastelegging werd niet bewezen verklaard, maar subsidiair werd vastgesteld dat verdachte tussen 23 december 1999 en 22 februari 2000 wederrechtelijk 500.000 gulden heeft toegeëigend.
Het bewijs bestond uit feiten en omstandigheden die de rechtbank overtuigend achtte, waarbij verdachte het vertrouwen van zijn werkgever ernstig heeft beschaamd. De rechtbank oordeelde dat er geen rechtvaardigingsgrond was en dat verdachte strafbaar was.
De strafoplegging hield rekening met de ernst van het feit, de positie van verdachte als medewerker die onder intensieve controle stond, en het feit dat verdachte niet eerder was veroordeeld. Daarom werd een gevangenisstraf van 3 jaar opgelegd, waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Daarnaast werd een schadevergoeding van €226.890,10 aan De Nederlandsche Bank toegewezen, evenals de kosten voor de tenuitvoerlegging.
De uitspraak benadrukt het belang van integriteit binnen financiële instellingen en de gevolgen van het schenden van vertrouwen door medewerkers.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 3 jaar gevangenisstraf, waarvan 1 jaar voorwaardelijk, en moet €226.890,10 schadevergoeding betalen aan De Nederlandsche Bank.