ECLI:NL:RBAMS:2002:AE5193
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- A.W.P. Letschert
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tot opheffing schorsing monumentenvergunning Centraal Station Amsterdam
Verzoekster N.S. Stations B.V. heeft een monumentenvergunning aangevraagd en gekregen voor werkzaamheden aan het Centraal Station te Amsterdam. Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad en Vereniging de Bovengrondse maakten bezwaar tegen deze vergunning, maar hun bezwaren werden ongegrond verklaard. De verenigingen stelden beroep in, waardoor de werking van de vergunning werd geschorst.
De voorzieningenrechter beoordeelde of de verenigingen als belanghebbenden konden worden aangemerkt. De Bovengrondse werd niet als belanghebbende erkend, terwijl de Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad dat wel werden. De rechter onderzocht vervolgens of de schorsing van de vergunning opgeheven kon worden op grond van het risico op onevenredig nadeel voor verzoekster en de kans dat het besluit in stand blijft.
Uit diverse adviezen en onderzoeken bleek dat de werkzaamheden geen wezenlijke monumentale waarden aantasten. Er waren geen aanwijzingen dat het besluit onzorgvuldig tot stand was gekomen. Gezien de financiële en planningstechnische gevolgen van vertraging voor het Noord-Zuidlijn-project, oordeelde de rechter dat het belang van verzoekster zwaarder weegt dan het belang bij de schorsing. Het verzoek tot opheffing van de schorsing werd daarom toegewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van de schorsing van de monumentenvergunning wordt toegewezen.