ECLI:NL:RBAMS:2002:AE3373
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.M. van Dijk
- R.A. Sipkens
- R. de Ruijter
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na veroordeling poging tot doodslag en diefstal
De rechtbank Amsterdam heeft op 29 mei 2002 uitspraak gedaan in een ontnemingszaak tegen verdachte, die eerder veroordeeld was voor poging tot doodslag, diefstal door twee of meer verenigde personen met braak, en meerdere feiten in strijd met de Wet wapens en munitie.
De officier van justitie vorderde ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, aanvankelijk tot een maximumbedrag van €859.197,90, later gewijzigd tot €400.752,25 en uiteindelijk vastgesteld op €380.851,31 na verrekening van vorderingen van benadeelde partijen.
De rechtbank baseerde de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel op de feiten en bewijsmiddelen uit de strafzaak en wees de vordering toe. De verdachte is verplicht dit bedrag aan de Staat te betalen, bij gebreke waarvan vervangende hechtenis van 25 maanden zal worden opgelegd.
Het vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam, waarbij ook rekening werd gehouden met het eerder gewezen vonnis in de strafzaak tegen verdachte.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot ontneming van €380.851,31 toe en legt betaling op aan verdachte, bij gebreke daarvan vervangende hechtenis van 25 maanden.