ECLI:NL:RBAMS:2002:AE3355
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.M. van Dijk
- R. Sipkens
- R. de Ruijter
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte in zaak over overvallen wegens onvoldoende bewijs
De rechtbank Amsterdam heeft op 29 mei 2002 uitspraak gedaan in de strafzaak tegen verdachte die werd verdacht van betrokkenheid bij overvallen gepleegd in april 1996. Verdachte werd in november 1996 aangehouden en in verzekering gesteld, maar de voorlopige hechtenis werd in februari 1997 opgeheven. Door nieuwe belastende feiten en omstandigheden heeft het Openbaar Ministerie geprobeerd verdachte op te sporen, wat niet is gelukt.
De verdediging voerde primair niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie aan wegens overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. De rechtbank oordeelde echter dat de bijzondere omstandigheden, waaronder het gebruik van nieuwe DNA-technieken en het feit dat verdachte ontkende en zweeg, de termijnoverschrijding rechtvaardigen en verwierp het verweer.
De rechtbank achtte het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen en sprak verdachte vrij. Tevens verklaarde de rechtbank de benadeelde partijen, waaronder McDonald's restaurant en Geldnet B.V., niet-ontvankelijk in hun vorderingen, omdat deze alleen bij de burgerlijke rechter kunnen worden ingediend.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.