ECLI:NL:RBAMS:2002:AE0081
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.W.P. Letschert
- M.F.J.M. de Werd
- B.J. Schueler
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag voorlopige erkenning aspirant-omroep wegens onvoldoende vernieuwend programma-aanbod
De Vereniging DeNíeuwe Omroep heeft bij de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen een aanvraag ingediend voor voorlopige erkenning als omroep in het publieke omroepbestel. Deze aanvraag werd afgewezen omdat het programma-aanbod onvoldoende vernieuwend zou zijn en niet voldoende zou bijdragen aan de verscheidenheid binnen de publieke omroep.
De Omroep stelde dat de toepassing van de Mediawet, met name artikel 37b, in strijd was met artikel 7 van Pro de Grondwet vanwege een verbod op inhoudelijke censuur en met artikel 10 EVRM Pro over vrijheid van meningsuiting. De rechtbank oordeelde dat de rechter op grond van artikel 120 Grondwet Pro niet bevoegd is om wetten rechtstreeks aan de Grondwet te toetsen, maar dat toetsing van de toepassing van de Mediawet aan de Grondwet wel mogelijk is gezien de ruime beleidsvrijheid van het bestuursorgaan.
De rechtbank concludeerde dat het verbod op preventieve censuur in artikel 7 Grondwet Pro ziet op concrete uitzendingen en niet op de fase van vergunningaanvraag. De inhoudelijke toetsing van het beleidsplan door verweerder is niet in strijd met de Grondwet of het EVRM. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel en de vermeende onzorgvuldigheid van de advisering faalden. Het beroep van DeNíeuwe Omroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van DeNíeuwe Omroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor voorlopige erkenning wordt ongegrond verklaard.