ECLI:NL:RBAMS:2001:AD4813
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.H. Kist
- M.F.J.M. de Werd
- E.M.M. Gabel
- Rechtspraak.nl
Weigering legalisatie geboorteakte wegens onjuiste inhoud en bevoegdheid tot verificatie
Eiser, met Pakistaanse nationaliteit, verzocht bij de Nederlandse ambassade in Islamabad om legalisatie van zijn geboorteakte. Verweerder stelde vast dat het document niet door een bevoegde autoriteit was afgegeven en dat de vermelde geboorteplaats onjuist was, waarna weigering van legalisatie volgde. Eiser stelde dat verweerder niet bevoegd was tot verificatie van documenten en dat het beleid onevenredig en in strijd met diverse wettelijke en internationale bepalingen was.
De rechtbank oordeelde dat verificatie onderdeel is van het legalisatieproces en dat verweerder bevoegd is dit beleid te voeren, ook zonder specifieke wettelijke grondslag, mede op grond van volkenrechtelijke verplichtingen en de publieke taak van de minister. Het Apostilleverdrag is niet van toepassing op Pakistan en biedt geen verbod op verificatie. De rechtbank vond het beleid niet onredelijk of disproportioneel en oordeelde dat eiser onvoldoende bewijs had geleverd voor de juistheid van zijn geboorteakte.
Verder wees de rechtbank de bezwaren van eiser tegen schending van het EVRM en het IVBPR af, omdat deze niet direct het geschil over de legalisatie betroffen en het onderscheid in behandeling van documenten objectief gerechtvaardigd is. Ook de procedurele bezwaren tegen geheimhouding en het recht op inzage werden verworpen. Het beroep tegen de weigering tot legalisatie werd ongegrond verklaard, het beroep tegen het uitblijven van tijdige beslissing niet-ontvankelijk en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen het uitblijven van een tijdige beslissing is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen de weigering tot legalisatie van de geboorteakte is ongegrond verklaard.