ECLI:NL:RBAMS:2001:AD4073
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.G. Bauduin
- M.J.C. van Kamp
- H.C. Naves
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot wraking van rechters wegens gegronde vrees voor partijdigheid in omkopingszaak
De rechtbank Amsterdam behandelde op 3 oktober 2001 het verzoek tot wraking van de rechters Mastboom, Kuster en Bruinsma, ingediend door de verdediging van de verdachte in een strafzaak over actieve omkoping en deelname aan een criminele organisatie. Het verzoek was gebaseerd op het feit dat dezelfde meervoudige kamer eerder vonnissen had gewezen tegen medeverdachten waarin de verdachte reeds inhoudelijk was betrokken bij bewezen verklaarde passieve omkoping en deelname aan een criminele organisatie.
De rechtbank oordeelde dat de wraking ontvankelijk was omdat het verzoek tijdig was ingediend na bekendwording van de dagvaarding en de inhoud van de beschuldiging. Inhoudelijk stelde de rechtbank vast dat hoewel rechters worden vermoed onpartijdig te zijn, het bijzondere samenstel van omstandigheden in deze zaak, waaronder de inhoudelijke oordelen over de rol van de verdachte in eerdere vonnissen van dezelfde kamer, een zwaarwegende aanwijzing vormde voor een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.
De rechtbank verwees naar jurisprudentie van de Hoge Raad en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens om het belang van onpartijdigheid te onderstrepen. Gezien de inhoudelijke betrokkenheid van de kamer bij eerdere vonnissen die de verdachte direct betroffen, concludeerde de rechtbank dat het verzoek tot wraking gegrond was en wees dit toe. Hiermee werd de onpartijdigheid van de rechters in het geding gebracht en werd het verzoek gehonoreerd.
Uitkomst: Het verzoek tot wraking van de rechters Mastboom, Kuster en Bruinsma wordt toegewezen wegens een objectief gerechtvaardigde vrees voor gebrek aan onpartijdigheid.