ECLI:NL:RBAMS:2001:AB2291
Rechtbank Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering curator tot terugbetaling door bank van na faillissement uitgevoerde betaling
Op 10 januari 1995 werd het faillissement uitgesproken van eiseres, handelend onder de naam Itym Automatisering. ABN-AMRO voerde op die dag een betaling uit aan een Duitse vennootschap ASD, welke betaling pas op 12 januari 1995 volledig werd gecrediteerd. De curator vorderde terugbetaling van dit bedrag op grond van artikel 23 Faillissementswet Pro, stellende dat vanaf de faillietverklaring de beschikkingsbevoegdheid over het vermogen bij de curator berust en de bank geen opdrachten meer van de failliet mocht uitvoeren.
ABN-AMRO stelde dat zij pas op 25 januari 1995 door een faxbericht van het faillissement op de hoogte was gesteld en dat zij niet verplicht was de betaling terug te draaien. De rechtbank oordeelde dat de verbintenisrechtelijke gevolgen van het faillissement pas intreden op het moment dat de bank kennis had of had kunnen nemen van het faillissement, in dit geval de publicatie op 12 januari 1995. De bank was niet gehouden om de betaling terug te vorderen van de curator.
De rechtbank verwees naar de Hoge Raad-uitspraak van 31 maart 1989, maar stelde dat deze niet van toepassing was op de positie van de bank als schuldenaar. De curator werd veroordeeld in de proceskosten en de vordering werd afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van de curator tot terugbetaling van de na faillissementsuitspraak uitgevoerde betaling door ABN-AMRO af.