ECLI:NL:RBAMS:2001:AB1879
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs voor voorbereiden en deelnemen aan drugshandel
De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het voorbereiden en bevorderen van drugshandel, het deelnemen aan een criminele organisatie gericht op het vervoeren en afleveren van XTC-pillen en cocaïne, en het medeplegen van voorbereidingshandelingen voor drugshandel.
De tenlasteleggingen betroffen onder meer het bezit en de handel in Benzylmethylketon (BMK), een stof die wordt gebruikt voor de vervaardiging van amfetamine, en het deelnemen aan een organisatie die zich bezighield met de handel in XTC en cocaïne. Verdachte zou ook hebben gepoogd anderen te bewegen tot het plegen van deze feiten.
Na onderzoek en beraadslaging oordeelde de rechtbank dat het bewijs onvoldoende was om de tenlasteleggingen wettig en overtuigend te bewijzen. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten en hief het bevel tot voorlopige hechtenis op.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.