ECLI:NL:RBAMS:2001:AB1242
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag van rechtsvervolging wegens noodweerexces bij doodslag met schaar
Op 26 april 2000 stak verdachte het slachtoffer meermalen met een schaar in zijn kapsalon te Amsterdam, waarbij het slachtoffer overleed. Verdachte werd ervan beschuldigd het slachtoffer opzettelijk van het leven te hebben beroofd. Tijdens de terechtzitting voerde de raadsman aan dat verdachte zich niet bewust was van het vasthouden van de schaar en handelde uit zelfverdediging.
De rechtbank oordeelde dat verdachte zich bewust was van de schaar en opzet had, aangezien hij de aanmerkelijke kans aanvaardde dat het slachtoffer zou overlijden. De feiten werden bewezen verklaard en strafbaarheid vastgesteld. De verdediging beriep zich op noodweer, noodweerexces en putatief noodweer, stellende dat verdachte werd aangevallen en uit angst handelde.
De rechtbank achtte aannemelijk dat verdachte de confrontatie niet zocht en werd aangevallen. Door de hevige gemoedsbeweging en het gebruik van de schaar werden de grenzen van noodzakelijke verdediging overschreden. Daarom werd het beroep op noodweer afgewezen, maar het beroep op noodweerexces toegewezen. Hierdoor werd verdachte niet strafbaar geacht en ontslagen van alle rechtsvervolging.
Daarnaast werd de schaar onttrokken aan het verkeer vanwege het bewezen feit en het gevaarlijke karakter van het voorwerp. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam op 20 april 2001.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging wegens noodweerexces ondanks bewezen doodslag.