ECLI:NL:RBAMS:2000:AA9486
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.C. Naves
- C.J. Polak
- H.P.M. Meskers
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing beëindiging bijstandsuitkering vreemdelingen in afwachting verblijfsvergunning
Eisers, Marokkaanse vreemdelingen die sinds respectievelijk 1976 en 1991 in Nederland verblijven, ontvingen een bijstandsuitkering. Na de invoering van de Koppelingswet werd hun uitkering beëindigd omdat zij volgens de gemeente geen verblijfsstatus meer hadden. Eisers waren echter in afwachting van een beslissing op hun aanvraag voor een verblijfsvergunning en beriepen zich op rechtmatig verblijf volgens artikel lb, derde lid, Vreemdelingenwet.
De rechtbank overwoog dat hoewel zij rechtmatig in Nederland verbleven, zij op grond van artikel 7 van Pro de Abw geen aanspraak konden maken op bijstand omdat zij niet voldeden aan de voorwaarden voor gelijkstelling met Nederlanders. Eisers stelden dat dit onderscheid discriminerend was en in strijd met artikel 26 van Pro het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR).
De rechtbank oordeelde dat het onderscheid naar nationaliteit in beginsel is toegestaan, maar dat in deze specifieke situatie het volledig toepassen van de Koppelingswet disproportioneel was. Daarom bleef artikel 7, tweede en derde lid, van de Abw buiten toepassing voor eisers. Het bestreden besluit werd vernietigd en de gemeente werd opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werden de proceskosten en griffierechten aan eisers toegekend.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de bijstandsuitkering wordt vernietigd wegens strijd met het discriminatieverbod en de gemeente moet een nieuw besluit nemen.