ECLI:NL:RBAMS:2000:AA6551
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.W.J. Ros
- W.M. van den Bergh
- C.J. Hofman-Bijl
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding voor immateriële schade door Bijlmerramp afgewezen behalve voor twee eisers
De rechtbank Amsterdam behandelde een civiele zaak waarin meerdere eisers schadevergoeding vorderden van Boeing vanwege de Bijlmerramp van 4 oktober 1992, waarbij een Boeing 747 neerstortte op twee flatgebouwen in Amsterdam. De eisers stelden immateriële en materiële schade te hebben geleden door het onrechtmatig handelen van Boeing.
De rechtbank oordeelde dat niet alle eisers direct bij de ramp betrokken waren en dat de meeste vorderingen onvoldoende waren gespecificeerd of onderbouwd. De rechtbank erkende dat ook personen buiten de directe gevarenzone onder omstandigheden recht kunnen hebben op vergoeding van shockschade. Echter, slechts twee eisers konden aantonen dat zij een posttraumatische stressstoornis hadden opgelopen als gevolg van de ramp en de gevolgen daarvan.
Deze twee eisers, waaronder een die getuige was van het neerstorten en de nasleep vanuit haar woning en een ander die zijn woning in vlammen zag opgaan, kregen ieder een vergoeding van €5.000 toegewezen. De overige vorderingen, waaronder die van minderjarige eisers en vorderingen voor materiële schade, werden afgewezen wegens onvoldoende bewijs of omdat zij niet ontvankelijk waren. De proceskosten werden door partijen zelf gedragen.
Uitkomst: Boeing veroordeeld tot betaling van €5.000 aan twee eisers wegens immateriële schade; overige vorderingen afgewezen of niet ontvankelijk verklaard.