ECLI:NL:RBAMS:2000:AA5670
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens gebrek aan bewijs van verkrachting en seksueel misbruik
Op 11 mei 1997 heeft eiseres zich met gedaagden in een taxi naar de woning van een van hen begeven, waar wederzijdse seksuele handelingen plaatsvonden. Eiseres meldde zich op 12 mei bij de politie, maar deed aanvankelijk geen aangifte wegens onvoldoende gronden. Pas op 10 juni 1997 deed zij alsnog aangifte na een gesprek met een verslaggever.
De officier van justitie seponeerde de zaak wegens gebrek aan bewijs van dwang of bedreiging. Eiseres diende daarop een klaagschrift in, dat door het hof werd afgewezen. De rechtbank moest beoordelen of gedaagden onrechtmatig hadden gehandeld en of er sprake was van verkrachting of seksueel misbruik.
De rechtbank oordeelt dat eiseres niet duidelijk heeft gemaakt dat zij niet wilde meewerken en dat er onvoldoende feiten zijn die aantonen dat de seksuele handelingen tegen haar wil waren. Ook is geen sprake van een shocktoestand of geestelijke ontreddering. De vordering wordt afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de kosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af wegens onvoldoende bewijs van dwang of onvrijwillige seksuele handelingen.