ECLI:NL:RBAMS:1999:AF0013
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot tussentijdse beëindiging van schuldsaneringsregeling ondanks niet-nakoming verplichtingen
De rechtbank Amsterdam behandelde het verzoek tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling van een schuldenaar die zijn verplichtingen uit de regeling niet naar behoren was nagekomen. De schuldenaar had onder meer zijn adreswijzigingen niet doorgegeven, niet gereageerd op verzoeken om inzicht in vaste lasten, zijn auto niet ingeleverd ondanks afspraken, en de afgesproken aflossingscapaciteit niet betaald. Tevens liet hij na na 27 april 1999 contact te onderhouden met de bewindvoerder.
De bewindvoerder had de beëindiging van de schuldsanering verzocht en de rechter-commissaris had dit geadviseerd. De rechtbank constateerde dat de schuldenaar zijn verplichtingen niet was nagekomen en geprobeerd had zijn schuldeisers te benadelen, hetgeen hem verweten kon worden.
Desondanks bracht de rechtbank begrip op voor de moeilijke persoonlijke omstandigheden van de schuldenaar, waaronder een echtscheiding en het ontbreken van een eigen woning, waardoor hij bij familie en kennissen moest verblijven. Daarom achtte de rechtbank een tussentijdse beëindiging van de regeling een te strenge maatregel gezien de gevolgen daarvan.
De rechtbank wees het verzoek tot beëindiging af, maar waarschuwde de schuldenaar dat bij herhaalde niet-nakoming van verplichtingen de kans groot is dat een volgend verzoek wel wordt toegewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen.