ECLI:NL:RBAMS:1999:AF0011

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
15 april 1999
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
99/37 R
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toepassing schuldsaneringsregeling ondanks uitkeringsfraude ex-gokverslaafde

Verzoeker, een ex-gokverslaafde, heeft een verzoek ingediend tot intrekking van de eerder verleende surséance van betaling en tot definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling. Ondanks dat verzoeker in de periode van juli 1996 tot januari 1997 ten onrechte een uitkering heeft genoten ter hoogte van fl 11.090,63, acht de rechtbank dit geen reden om het verzoek af te wijzen.

De rechtbank weegt mee dat verzoeker inmiddels een arbeidscontract heeft voor een jaar, aanzienlijk heeft gespaard en de oorzaak van zijn schulden, namelijk de gokverslaving, niet meer bestaat. Tevens heeft de gemeente Bussum schriftelijk verklaard bereid te zijn mee te werken aan het schuldsaneringsproces.

De rechtbank stelt het salaris van de bewindvoerder vast op fl 4.488 exclusief omzetbelasting en wijst de kosten van publicaties toe aan de Staat. De schuldsaneringsregeling wordt definitief toegepast, waarbij tevens een rechter-commissaris en bewindvoerder worden benoemd.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling toe ondanks uitkeringsfraude.

Uitspraak

Arrondissementsrechtbank te Amsterdam
Tweede enkelvoudige kamer
X., wonende te...
verzoeker,
heeft een verzoekschrift ingediend tot intrekking van op 9 juli 1998 aan verzoeker definitief verleende surseance van betaling onder het gelijktijdig uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Verzoeker is gehoord ter terechtzitting van 15 april 1999.
De rechtbank overweegt als volgt:
Betrokkene heeft ter terechtzitting verklaard in de periode van 7 juli 1996 tot en met 7 januari 1997 ten onrechte een uitkering van de Sociale Dienst van de gemeente Bussum te hebben genoten ter hoogte van f. 11.090,63.
Het ontstaan van deze schuld kan aan verzoeker worden verweten. Niettemin vindt de rechtbank daarin geen aanleiding om de verzochte toepassing van de schuldsaneringsregeling te weigeren, dit in verband met de overige omstandigheden van het geval. Immers, zoals ter terechtzitting toegelicht, heeft verzoeker (gehuwd, 1 kind) thans weer een arbeidscontract voor één jaar en heeft hij de afgelopen maanden aanzienlijk gespaard. Verzoeker heeft verder verklaard dat de oorzaak van zijn schulden (gokverslaving) niet meer bestaat. Voorts heeft de gemeente Bussum op 26 maart 1999 schriftelijk verklaard bereid te zijn mee te werken aan het voorgenomen wettelijke traject schuldsanering.
Het verzoek voldoet voorts aan de daaraan gestelde eisen. Er is geen overige grond gebleken voor afwijzing van het verzoek.
Het hiervoor overwogene leidt ertoe dat betrokkene dient te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling.
De rechtbank zal het bedrag van het salaris van de bewindvoerder vaststellen. De kosten van de in de Faillissementswet bevolen publicaties kunnen niet uit de boedel worden voldaan en zullen dus ten laste van de Staat komen.
BESLISSING
De rechtbank:
trekt in de aan verzoeker definitief verleende surséance van betaling;
stelt het salaris van de bewindvoerder vast op fl 4.488,= exclusief de daarover verschuldigde omzetbelasting; spreekt de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van: X
geboren op ...
wonende te
benoemt tot rechter-commissaris mr. A.L. Smit, en tot bewindvoerder J.E.H.M. Grol,
wonende/gevestigd te
Spuistraat 10
1012 TS Amsterdam;
geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenaar gerichte brieven en telegrammen;
Gewezen door mr. A.L. Smit, lid van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 april 1999 in tegenwoordigheid van de griffier.