ECLI:NL:RBAMS:1999:AA4551
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- D. Allewijn
- H.C. Naves
- C.J. Polak
- Rechtspraak.nl
Vaststelling disproportionaliteit weigering kinderbijslag aan rechtmatig verblijvende vreemdeling in afwachting verblijfsvergunning
Eiser, een Turkse onderdaan die sinds 1991 in Nederland woont en werkt, ontving kinderbijslag voor zijn vier kinderen tot het derde kwartaal van 1998. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) besloot deze uitkering te beëindigen omdat eiser niet langer als verzekerde onder de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) werd aangemerkt, aangezien hij op 1 juli 1998 nog in afwachting was van een beslissing op zijn verblijfsvergunning.
Eiser stelde beroep in en voerde aan dat hij rechtmatig in Nederland verbleef op grond van artikel 1b, aanhef en onder 3, van de Vreemdelingenwet en dat de weigering kinderbijslag in strijd was met het discriminatieverbod van artikel 3, eerste lid, van Besluit nr. 3/80 en diverse internationale verdragen. De SVB verdedigde het besluit met verwijzing naar de Koppelingswet en het doel om illegaal verblijf en misbruik van sociale voorzieningen te voorkomen.
De rechtbank oordeelde dat hoewel de Koppelingswet een legitiem doel dient en in beginsel een geschikt en proportioneel middel is, de volledige toepassing ervan in het geval van vreemdelingen die reeds verzekerd waren vóór 1 juli 1998 en die in afwachting zijn van een verblijfsvergunning disproportioneel is. De rechtbank stelde vast dat eiser onder deze categorie valt en dat het beëindigen van zijn kinderbijslag ongeschikt en disproportioneel is, waardoor het besluit vernietigd wordt.
De rechtbank veroordeelde de SVB tevens tot betaling van de proceskosten en de vergoeding van het griffierecht aan eiser. De uitspraak bevestigt dat vreemdelingen in procedure voor een verblijfsvergunning niet zonder meer mogen worden uitgesloten van kinderbijslag, mede vanwege het discriminatieverbod binnen het EG-recht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van kinderbijslag wordt vernietigd wegens disproportionaliteit en strijd met het discriminatieverbod.