ECLI:NL:RBAMS:1999:AA3758
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- D. Allewijn
- H.C. Naves
- C.J. Polak
- Rechtspraak.nl
Vaststelling disproportionele toepassing Koppelingswet bij weigering kinderbijslag aan rechtmatig verblijvende vreemdeling
Eiser, een Marokkaanse vreemdeling die circa 22 jaar in Nederland woonde en een bijstandsuitkering ontving, kreeg kinderbijslag geweigerd omdat hij niet als verzekerde onder de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) werd aangemerkt. Dit was gebaseerd op zijn verblijfsstatus, waarbij hij op de peildatum 1 juli 1998 rechtmatig in Nederland verbleef in afwachting van een beslissing op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning.
De weigering berustte op de Koppelingswet die de aanspraak op sociale voorzieningen koppelt aan het rechtmatig verblijf. Verweerder stelde dat het onderscheid tussen eigen onderdanen en vreemdelingen gerechtvaardigd was om illegaal verblijf en misbruik van voorzieningen te voorkomen. De rechtbank oordeelde echter dat deze toepassing disproportioneel was voor vreemdelingen zoals eiser die reeds rechtmatig verbleven en een verblijfsvergunning afwachtten.
De rechtbank verwees naar het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen dat discriminatie op grond van nationaliteit verbiedt en stelde dat het beëindigen van de verzekering en weigeren van kinderbijslag in dit geval ongeschikt en disproportioneel was. Het bestreden besluit werd vernietigd en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Tevens werd verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen rekening houdend met deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens disproportionele toepassing van de Koppelingswet op een rechtmatig verblijvende vreemdeling.