ECLI:NL:RBAMS:1999:AA3585
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit opschorting bemiddeling en weigering huisvestingsvergunning EU-onderdaan
Verzoeker, een Britse EU-onderdaan met een medische indicatie voor voorrang bij woningtoewijzing, werd door de gemeente Amsterdam de toegang tot bemiddeling en een huisvestingsvergunning ontzegd vanwege het ontbreken van een geldige verblijfstitel.
De rechtbank oordeelt dat het schrijven van 13 augustus 1998 een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is, dat onterecht niet-ontvankelijk werd verklaard. Verder stelt de rechtbank vast dat verzoeker rechtmatig verblijf houdt op grond van het EG-Verdrag en de Vreemdelingenwet, waardoor hij aanspraak kan maken op collectieve voorzieningen.
De rechtbank vernietigt het besluit van 26 maart 1999 en herroept het primaire besluit van 13 augustus 1998. De gemeente wordt verplicht de bemiddeling te hervatten en verzoeker passend te huisvesten. Het verzoek tot voorlopige voorziening wordt afgewezen. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht wordt aan verzoeker vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en de gemeente verplicht de bemiddeling te hervatten.