ECLI:NL:RBAMS:1998:AA4085
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.J. van Schaardenburg - Louwe Kooijmans
- E. Pennink
- A. Wolfsen
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs handelen met voorwetenschap in effectenhandel BolsWessanenzaak
In de strafzaak tegen verdachte wegens overtreding van artikel 31a van de Wet toezicht effectenverkeer (WTE) heeft de rechtbank Amsterdam het bewijs onderzocht omtrent handel met voorwetenschap in het fonds Koninklijke BolsWessanen N.V. (BSW).
Het onderzoek richtte zich op transacties vlak voor koersgevoelige persberichten van 31 augustus 1994 en 4 juli 1995. De officier van justitie voerde aan dat de timing, omvang, niet-marktconformiteit van transacties, privéhandel door market-makers en een netwerk van betrokkenen wijzen op voorkennis. Verdachte voerde uiteenlopende motieven aan, waaronder technische analyse, negatieve marktstemming en fundamentele gegevens.
De rechtbank concludeerde dat geen rechtstreeks bewijs bestond dat verdachte bekend was met de niet-openbare bijzonderheden voorafgaand aan de persberichten. De verklaringen van verdachte waren consistent en niet weerlegd door het openbaar ministerie. De rechtbank verwierp de stelling van omkering van bewijslast en vond dat onvoldoende redengevende feiten en omstandigheden waren geleverd om buiten redelijke twijfel schuld vast te stellen.
Daarom verklaarde de rechtbank het ten laste gelegde niet bewezen en sprak verdachte vrij van de tenlastelegging van handelen met voorwetenschap.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van handelen met voorwetenschap.