ECLI:NL:RBAMS:1998:AA3572
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergunningvrij karakter van erfafscheiding op steiger bevestigd door rechtbank Amsterdam
Eisers, bewoners van een woning te C, maakten bezwaar tegen een schutting geplaatst op een steiger achter een buurwoning. Verweerder had eerder vastgesteld dat de schutting vergunningvrij was en niet in strijd met het bestemmingsplan of redelijke eisen van welstand. De commissie voor bezwaar- en beroepschriften adviseerde echter het besluit te herroepen, stellende dat de schutting op een bouwwerk is geplaatst en dus vergunningplichtig is.
De rechtbank overweegt dat de steiger als een verlengstuk van het erf in hetzelfde horizontale vlak fungeert, waardoor de schutting vergelijkbaar is met een erfafscheiding op de grond. Dit onderscheidt zich van eerdere jurisprudentie waarbij een erfafscheiding op een dakterras wel vergunningplichtig werd geacht. Verweerder heeft daarom terecht geweigerd bestuursdwang toe te passen.
De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit niet in strijd is met de wet of algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Het beroep van eisers wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding tot toepassing van bestuursdwang of andere rechterlijke maatregelen.
Uitkomst: Het beroep van eisers wordt ongegrond verklaard en de schutting op de steiger wordt als vergunningvrij bouwwerk beschouwd.