ECLI:NL:RBALM:2012:BY8430
Rechtbank Almelo
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot ontruiming wegens onduidelijke rechtsverhouding tussen eigenaar en bewoner
Eiser is sinds 1993 eigenaar van een woning die hij in 2010 verhuurde aan een stichting die in 2011 failliet werd verklaard. Gedaagde sub 1 woont sinds januari 2011 in de woning, ook na het faillissement. Na het faillissement is overeengekomen dat gedaagde sub 1 een maandelijkse bijdrage van €150 zou betalen en de tuin zou onderhouden.
Eiser vordert ontruiming van de woning omdat gedaagde sub 1 zonder recht of titel zou verblijven, stelt dat de woning in slechte staat is en dat hij geconfronteerd wordt met een hoge energierekening. Gedaagde sub 1 betwist dit, stelt dat hij de woning onderhoudt en dat de slechte staat mede door het faillissement komt. Ook wordt het gevorderde plaatselijk verblijfsverbod afgewezen omdat de dreiging onvoldoende is onderbouwd.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er sprake is van een contractuele relatie tussen partijen met een tegenprestatie, waardoor gedaagde sub 1 niet zonder recht of titel in de woning verblijft. De exacte rechtsverhouding is onduidelijk en vereist nader feitenonderzoek, wat niet in kort geding kan worden gedaan. Daarom worden de vorderingen afgewezen en draagt ieder zijn eigen kosten.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming en het plaatselijk verblijfsverbod worden afgewezen vanwege onduidelijke rechtsverhouding en onvoldoende bewijs.