Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBALM:2012:BY7914

Rechtbank Almelo

Datum uitspraak
22 november 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
131009 / FT-RK 12.912
Instantie
Rechtbank Almelo
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 288 lid 1 sub b FaillissementswetArt. 288 lid 3 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek wettelijke schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw

Verzoekster, een alleenstaande vrouw van 29 jaar, diende een verzoek in tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling vanwege een totale schuldenlast van €140.041,37, waaronder aanzienlijke schulden bij Santander en Stichting Incasso Achmea Hypotheken. Tijdens de zittingen verklaarde zij onder meer een ernstige verslaving aan blowen te hebben gehad en dat haar voormalige partner het financiële beheer voerde.

De rechtbank stelde vast dat de schulden voornamelijk tijdens het huwelijk met haar voormalige partner zijn ontstaan. Er werd een hypothecaire lening van €40.000 afgesloten, waarvan slechts een deel verklaard kon worden als besteed aan een keuken; de rest werd niet verantwoord. Ook gaf verzoekster geen duidelijke uitleg over de besteding van de lening bij Santander. Ondanks haar verslaving en het feit dat haar ex-partner het beheer voerde, oordeelde de rechtbank dat zij zelf verantwoordelijk was voor haar financiën.

Gelet op het ontbreken van aannemelijkheid dat verzoekster te goeder trouw was bij het ontstaan of het onbetaald laten van haar schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek, wees de rechtbank het verzoek af op grond van artikel 288 lid 1 sub b Faillissementswet Pro. Ook waren de omstandigheden van artikel 288 lid 3 Fw Pro niet aannemelijk gemaakt.

De rechtbank concludeerde dat verzoekster niet kon wegkomen met het gebrek aan toezicht op haar financiën, ondanks haar persoonlijke omstandigheden, en dat het verzoek tot schuldsanering daarom niet toegewezen kon worden.

Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens gebrek aan goede trouw.

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO
Sector civiel recht
zaaknummer: 131009 / FT-RK 12.912
datum vonnis: 22 november 2012
Vonnis van de rechtbank Almelo, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken, op het verzoek van:
[verzoekster],
wonende te [woonplaats], [adres],
verzoekster,
verder te noemen: [verzoekster].
Het procesverloop
[Verzoekster] heeft een verzoekschrift ingediend de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit te spreken.
De zaak is behandeld ter terechtzitting van 4 oktober 2012. Ter zitting is [verzoekster] verschenen. Van de behandeling heeft de griffier aantekeningen gemaakt.
De mondelinge behandeling van de zaak is voortgezet ter zitting van 15 november 2012. Ter zitting is [verzoekster] verschenen. Van de behandeling heeft de griffier aantekeningen gemaakt.
Het vonnis is bepaald op vandaag.
De beoordeling
De feiten
[Verzoekster] is een alleenstaande vrouw van 29 jaar. [Verzoekster] was in gemeenschap van goederen gehuwd met mevrouw [S]. De relatie van [verzoekster] en mevrouw [S] is in 2008 verbroken en zij zijn in 2009 gescheiden.
[Verzoekster] werkt bij Soweco en verdient € 1.120,73 per maand.
De schuldenlast van [verzoekster] bedraagt in totaal € 140.041,37, waaronder de volgende schulden:
- Santander, € 47.991,03, en
- Stichting Incasso Achmea Hypotheken, € 88.872,04, 2010.
De toelichting van [verzoekster] ter zitting van 4 oktober 2012
Ter zitting van 4 oktober 2012 heeft [verzoekster] ten aanzien van de hypothecaire restschuld van € 88.000,00 verklaard dat zij en mevrouw [S] in 2005 een woning hebben gekocht voor € 95.000,00 en dat de woning in 2010 is verkocht voor ongeveer € 70.000,00. Volgens de verklaring van [verzoekster] is er na de aankoop van de woning een tweede hypotheek afgesloten, omdat de keuken was verzakt. [Verzoekster] heeft verklaard dat zij niet weet wat er met de lening van Santander is gebeurd. Volgens [verzoekster] regelde haar voormalige partner altijd alles. Haar ex-partner was manisch depressief, aldus [verzoekster].
De toelichting van [verzoekster] ter zitting van 15 november 2012
Ter zitting van 15 november 2012 heeft [verzoekster] desgevraagd verklaard dat zij heel veel blowde. Volgens [verzoekster] was het een ernstige verslaving en ging zij ermee naar bed en stond zij ermee op. Als zij thuis was, dan blowde zij de hele dag, aldus [verzoekster]. In 2010 is zij met behulp van Tactus gestopt met blowen. [Verzoekster] heeft verklaard dat haar voormalige partner veel regelde en dat zij zelf geen initiatief heeft genomen om de financiën te bekijken.
Ten aanzien van de schuld aan Santander heeft [verzoekster] verklaard dat dit een Comfort Card betreft en dat haar voormalige partner het geld heeft gebruikt voor vakanties. [Verzoekster] ging zelf nooit op vakantie, omdat zij voor haar hondjes moest zorgen. Het geld dat werd terugbetaald aan Comfort Card kon ook weer worden opgenomen, aldus [verzoekster]. [Verzoekster] weet niet wanneer de Comfort Card voor het laatst is gebruikt.
De restschuld van de woning zou volgens [verzoekster] ongeveer € 25.000,00 moeten zijn. In 2006/2007 hebben [verzoekster] en haar ex-partner een tweede hypotheek afgesloten en hebben toen in één keer een bedrag van € 40.000,00 ontvangen. Volgens [verzoekster] is de tweede hypotheek gebruikt voor de aanschaf van een keuken van ongeveer € 11.000,00 en onder andere een televisie, kleding en schoenen. [Verzoekster] denkt dat het resterende hypotheekbedrag van € 29.000,00 in 2007 is opgemaakt, omdat zij en haar ex-partner toen in luxe hebben geleefd. Volgens [verzoekster] wist zij wel dat haar ex-partner spullen kocht van het geld van de tweede hypotheek, maar zei haar voormalige partner dat zij dit terugbetaalde van belastinggeld. Volgens [verzoekster] is de relatie eind 2008 verbroken en zijn zij en haar ex-partner in 2009 gescheiden.
De overwegingen van de rechtbank
Naar het oordeel van de rechtbank is onvoldoende aannemelijk geworden dat [verzoekster] ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van haar schulden in de vijf jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend te goeder trouw is geweest. De rechtbank doelt daarbij met name op de schulden aan Santander en Stichting Incasso Achmea Hypotheken. De rechtbank overweegt daartoe het navolgende.
De schulden van [verzoekster] zijn voornamelijk ontstaan tijdens haar huwelijk met mevrouw [S]. In 2006/2007 hebben [verzoekster] en haar voormalig echtgenote een hypothecaire geldlening van € 40.000,00 afgesloten en het gehele geleende bedrag in handen gekregen. Van dit geleende geld hebben [verzoekster] en haar voormalige partner een nieuwe keuken gekocht. Voor de besteding van de resterende € 29.000,00 heeft [verzoekster] geen afdoende verklaring gegeven. [Verzoekster] denkt dat het geld in 2007 is opgemaakt, omdat zij en haar voormalige echtgenote toen in luxe hebben geleefd. In 2010 is de voormalige echtelijke woning verkocht, waarna een forse restschuld is overgebleven. [Verzoekster] heeft geen afdoende verklaring gegeven voor de besteding van (een deel van) de hypothecaire geldlening en de hoogte van de restschuld. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat [verzoekster] niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij ten aanzien van (een deel van) de schuld aan Stichting Incasso Achmea Hypotheken te goeder trouw is geweest.
Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat [verzoekster] ten aanzien van de schuld aan Santander te goeder trouw is geweest. [Verzoekster] heeft hierover slechts verklaard dat haar voormalige echtgenote het geld heeft gebruikt voor vakanties en dat zij niet weet wanneer er voor het laatst geld is opgenomen. [Verzoekster] heeft geen duidelijkheid gegeven over de exacte besteding van het geleende bedrag en de periode waarin dit heeft plaatsgevonden. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel [verzoekster] niet voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij ten aanzien van de schuld aan Santander te goeder trouw is geweest.
[Verzoekster] heeft gedurende haar huwelijk het beheer over haar financiën uit handen gegeven, zonder enige vorm van toezicht uit te oefenen. De rechtbank rekent het [verzoekster] aan dat zij niet heeft omgekeken naar haar financiën en dat als gevolg daarvan hoge schulden zijn ontstaan. [Verzoekster] kan zich naar het oordeel van de rechtbank niet verschuilen achter de gedragingen van haar voormalige echtgenote. [Verzoekster] is immers zelf verantwoordelijk voor haar financiën. Dat [verzoekster] als gevolg van haar verslaving aan blowen mogelijk niet in staat was om haar financiën te beheren, maakt dit niet anders.
De overige schuldenlast behoeft, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, geen nadere bespreking.
Het verzoek zal worden afgewezen op grond van artikel 288 lid Pro 1, aanhef en onder b Faillissementswet (Fw).
Omstandigheden als bedoeld in artikel 288 lid 3 Fw Pro. zijn evenmin aannemelijk geworden, zodat het verzoek ook op deze grond niet kan worden toegewezen.
De beslissing:
de rechtbank:
wijst het verzoek af.
Gewezen door mr. E. Venekatte, lid van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van donderdag 22 november 2012, in tegenwoordigheid van de griffier.