ECLI:NL:RBALM:2012:BX0761
Rechtbank Almelo
- Kort geding
- M.L.J. Koopmans
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot opheffing beslag na ontbinding vaststellingsovereenkomst
De man en de vrouw, voormalige echtelieden, sloten een vaststellingsovereenkomst op 19 maart 2012 waarin de man aan de vrouw een bedrag van €110.000,- zou betalen, onder ontbindende voorwaarden waaronder betaling van €80.000,- uiterlijk 19 april 2012 en ontslag van de vrouw uit haar hoofdelijke aansprakelijkheid voor hypothecaire geldleningen.
De vrouw had conservatoir beslag gelegd op de woning van de man vanwege een eerdere verrekeningsvordering. De man vorderde in kort geding dat de vrouw dit beslag zou opheffen, zodat hij een nieuwe hypotheek kon afsluiten en zijn betalingsverplichtingen kon nakomen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de ontbindende voorwaarden niet waren vervuld; de man had slechts €30.000,- betaald en de vrouw was niet ontslagen uit haar aansprakelijkheid. Hierdoor was de vaststellingsovereenkomst ontbonden en bleef het beslag rechtmatig rusten.
De man voerde aan dat opheffing van het beslag redelijk en billijk was, maar dit werd verworpen omdat partijen bewust hadden gekozen voor het beslag als zekerheid. Er was geen sprake van misbruik van bevoegdheid door de vrouw.
De rechtbank wees de vordering af en compenseerde de proceskosten, zodat ieder zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vordering tot opheffing van het beslag wordt afgewezen omdat de ontbindende voorwaarden niet zijn nagekomen en het beslag rechtmatig blijft rusten.