ECLI:NL:RBALM:2012:BW7422
Rechtbank Almelo
- Kort geding
- M.L.J. Koopmans
- Rechtspraak.nl
Kort geding over toegang tot weilandpercelen en gebruiksrecht weg
Eiser vordert in kort geding dat gedaagde wordt verplicht de weg over diens percelen, die eiser en zijn rechtsvoorganger al tientallen jaren voor agrarisch gebruik benutten, te heropenen en open te houden. Tevens vordert eiser herstel van perceelsgrenzen en verplaatsing van afrastering, waarvan enkele vorderingen ter zitting zijn ingetrokken.
Gedaagde voert verweer met onder meer het ontbreken van spoedeisend belang en betwist het recht van overpad door verjaring. De voorzieningenrechter stelt vast dat het kort geding zich leent voor voorlopige voorzieningen en dat de definitieve vaststelling van rechten aan een bodemprocedure is voorbehouden.
Ter zitting is vastgesteld dat gedaagde feitelijk het gebruik van de weg onmogelijk heeft gemaakt door een niet eenvoudig verwijderbare schrikdraadafrastering. Dit wordt als onrechtmatig beoordeeld vanwege het langjarige gebruik en het feit dat eiser afhankelijk is van deze weg bij bijzondere weersomstandigheden. De voorzieningenrechter gebiedt gedaagde de weg binnen drie dagen te heropenen en open te houden voor landbouwverkeer, met een gemaximeerde dwangsom bij overtreding.
De vorderingen tot herstel van perceelsgrenzen en verplaatsing van afrastering worden afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij de eigen kosten draagt.
Uitkomst: Gedaagde wordt bevolen de weg binnen drie dagen te heropenen en open te houden voor landbouwverkeer onder dwangsom.