ECLI:NL:RBALM:2012:BW1029
Rechtbank Almelo
- Kort geding
- G. van Eerden
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot ontruiming en bewoning woning na echtscheiding
Partijen zijn in 2006 gehuwd en in 2010 gescheiden met een convenant waarin de woning onderdeel van de gemeenschap was en verkocht zou worden. Na de scheiding bleven beiden in de woning wonen, waarna vrouw vertrok in november 2011.
Vrouw vordert in kort geding dat man de woning binnen twee weken verlaat en zij de woning kan bewonen, met dwangsommen bij niet-naleving. Zij stelt dat man zijn hypotheekverplichtingen niet nakomt en dat haar familie alleen financieel wil bijspringen als zij de woning kan betrekken.
Man voert verweer dat hij en zijn minderjarige dochter geen andere woonplaats hebben en dat hij wil meewerken aan de verkoop die sinds december 2011 loopt. De voorzieningenrechter oordeelt dat vrouw geen belang meer heeft bij medewerking verkoop en dat haar belang bij bewoning niet zwaarder weegt dan dat van man, mede gezien de woonomstandigheden van zijn dochter.
Ook is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat bewoning door vrouw noodzakelijk is voor hypotheekbetaling. De vorderingen worden afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd, waarbij ieder zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: Vordering tot ontruiming en bewoning woning na echtscheiding wordt afgewezen.