ECLI:NL:RBALM:2012:BV0550
Rechtbank Almelo
- Kort geding
- H.R.K. Valk
- Rechtspraak.nl
Beëindiging arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden ondanks betwisting werknemer
Eiser was van 1 februari 2011 tot 31 juli 2011 stagiair bij gedaagde en trad per 1 augustus 2011 in dienst als algemeen medewerker in opleiding. Op 14 november 2011 vroeg eiser vrij voor een sollicitatiegesprek, waarna gedaagde het vertrouwen in hem opzegde en mededeelde dat het contract zou worden beëindigd. Op 18 november 2011 vond een gesprek plaats waarbij een beëindigingsovereenkomst werd voorgelegd en door gedaagde ondertekend. Eiser ontving vanaf die datum geen loon meer en kreeg weer een Wajong-uitkering.
Eiser stelde dat hij niet akkoord was gegaan met beëindiging en vorderde loonbetaling. Gedaagde stelde dat de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden was geëindigd en verwees naar de aanwezigheid van de jobcoach bij het gesprek. De kantonrechter oordeelde dat instemming met beëindiging slechts kan worden aangenomen als deze duidelijk en ondubbelzinnig blijkt uit verklaringen of gedragingen van de werknemer en dat de werkgever zijn onderzoeksplicht moet vervullen. Gezien de omstandigheden, waaronder het stopzetten van de opleiding en het gesprek met de jobcoach, achtte de kantonrechter aannemelijk dat de arbeidsovereenkomst per 18 november 2011 was beëindigd.
De vordering van eiser werd daarom afgewezen en hij werd veroordeeld in de kosten van de procedure.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst is met wederzijds goedvinden per 18 november 2011 beëindigd en de loonvordering van eiser wordt afgewezen.