ECLI:NL:RBALM:2012:BV0263
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak en veroordeling voor feitelijke aanranding door opsporingsambtenaar
De rechtbank Almelo heeft op 3 januari 2012 uitspraak gedaan in een zaak tegen een verdachte die als opsporingsambtenaar werd beschuldigd van feitelijke aanranding van drie vrouwen. De feiten vonden plaats in 2006 en 2009 in Enschede. De verdachte werd vrijgesproken van het derde feit wegens onvoldoende bewijs, maar veroordeeld voor de eerste twee feiten.
De bewezenverklaarde feiten betreffen het betasten en aanranden van twee vrouwen, waarbij de verdachte misbruik maakte van zijn ambtelijke positie en het machtsvertoon jegens kwetsbare slachtoffers. De rechtbank achtte de verklaringen van de slachtoffers en getuigen overtuigend en concludeerde dat de verdachte hen door feitelijkheden had gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen.
De verdachte werd veroordeeld tot een werkstraf van 240 uur en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden met een proeftijd van twee jaar. Tevens werd hij veroordeeld tot betaling van €800 aan één van de slachtoffers als schadevergoeding. De rechtbank hield rekening met het tijdsverloop, het ontbreken van eerdere veroordelingen en het ontslag van de verdachte uit zijn functie.
De rechtbank sprak de verdachte vrij van het derde feit wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs. De strafmaat werd gematigd geacht gezien de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, maar de ernst van de feiten en de impact op de slachtoffers werden zwaar meegewogen.
De beslissing werd genomen door de meervoudige kamer voor strafzaken, waarbij de voorzitter en twee rechters het vonnis mede ondertekenden.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een werkstraf van 240 uur, een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden en betaling van €800 schadevergoeding, en vrijgesproken van een derde tenlastelegging.