ECLI:NL:RBALM:2011:BV0512
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding kettingbeding wegens ontbreken redelijk belang na 17 jaar
In deze civiele zaak vordert eiser ontbinding van een kettingbeding dat beperkingen oplegt aan de verhuur van winkelpanden voor dames-, heren- en kinderkleding. Dit beding was opgenomen in de leveringsakte van 1 augustus 2007 en stamt oorspronkelijk uit een akte van 28 december 1993 tussen Enter en een eerdere eigenaar.
Eiser stelt dat het beding nietig is op grond van de Mededingingswet, subsidiarisch dat het op grond van artikel 6:259 BW Pro gewijzigd of ontbonden moet worden omdat het ongewijzigd voortduren in strijd is met het algemeen belang en Enter geen redelijk belang meer heeft bij handhaving. Enter betwist de nietigheid en stelt dat het kettingbeding een redelijk belang dient ter bescherming van de concurrentiepositie van een grote modewinkel in Enter.
De rechtbank oordeelt dat het beding niet nietig is wegens de 'bagatel'-uitzondering van de Mededingingswet. Wel is na 17 jaar het redelijk belang van Enter bij handhaving komen te vervallen, mede omdat er al veel modezaken in de regio zijn en het kettingbeding leegstand veroorzaakt. Daarom wordt het kettingbeding ontbonden en mag eiser zijn panden vrij verhuren. Enter wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het kettingbeding wordt ontbonden omdat Enter geen redelijk belang meer heeft bij handhaving, waardoor eiser zijn winkelpanden vrij kan verhuren.