ECLI:NL:RBALM:2011:BU7446
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.G. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse rechter bij geschil over vaststellingsovereenkomst huwelijksgoederenrecht
De rechtbank Almelo behandelde een bevoegdheidsincident in een civiele zaak waarbij een vrouw vorderingen instelde tegen haar ex-partner met betrekking tot een vaststellingsovereenkomst over de afwikkeling van hun huwelijksgoederengemeenschap. De man betwistte de bevoegdheid van de Nederlandse rechter omdat hij in Duitsland woonachtig is en stelde dat de Duitse rechter bevoegd zou zijn.
De rechtbank overwoog dat de Europese Verordening (EG) nr. 44/2001 (EEX-vo) niet van toepassing is op huwelijksgoederenrechtelijke geschillen. Daarom moest de bevoegdheid worden beoordeeld aan de hand van de artikelen 1 tot en met 14 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De rechtbank concludeerde dat de vaststellingsovereenkomst als een overeenkomst in de zin van artikel 6 onder Pro a Rv kan worden gekwalificeerd en dat de verbintenis in Nederland moest worden uitgevoerd.
De rechtbank achtte de Nederlandse rechter bevoegd omdat de zaak voldoende met Nederland verbonden is, het onaanvaardbaar is voor de vrouw om de zaak in Duitsland te behandelen, en eerdere procedures tussen partijen in Nederland plaatsvonden. De vordering van de man tot niet-ontvankelijkheid werd afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten. De hoofdzaak werd verwezen naar de rol voor verdere behandeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich bevoegd en wijst de exceptie van onbevoegdheid van de man af.