ECLI:NL:RBALM:2011:BU7289
Rechtbank Almelo
- Kort geding
- M.L.J. Koopmans
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot schorsing executie ontruimingsvonnis wegens ontbreken juridische of feitelijke misslag
Eiser sub 1 is bij verstekvonnis veroordeeld tot ontruiming van zijn woning binnen veertien dagen na betekening, een vonnis dat uitvoerbaar bij voorraad is verklaard. Eiser sub 1 en zijn dochter, die met haar vier kinderen bij hem woont sinds haar scheiding, vorderen in kort geding de schorsing van de executie van dit vonnis. Zij stellen dat de ontruiming onterecht is omdat de dochter en haar kinderen deel uitmaken van het huishouden en er dus geen sprake is van illegale bewoning.
De voorzieningenrechter overweegt dat voor schorsing van de executie een juridische of feitelijke misslag in het vonnis moet zijn, of dat nieuwe feiten een noodtoestand veroorzaken. De kantonrechter heeft geoordeeld dat het verblijf van vijf personen, waaronder de dochter en haar kinderen, een verzwaring van de bewoningslast betekent, wat afwijkt van de oorspronkelijke huurovereenkomst en toestemming van de verhuurder vereist. De voorzieningenrechter acht dit oordeel niet onredelijk en wijst de stelling van een juridische misslag af.
Daarnaast is gebleken dat eiser sub 1 een huurachterstand van vier maanden heeft, wat op zichzelf een grond voor ontbinding en ontruiming vormt. Nieuwe feiten die een noodtoestand zouden veroorzaken zijn niet aangetoond. Vervangende woonruimte is geregeld en hulpinstanties zijn betrokken. Daarom wordt de vordering tot schorsing van de executie afgewezen en wordt eiser sub 1 veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot schorsing van de executie van het ontruimingsvonnis wordt afgewezen en eiser sub 1 c.s. wordt veroordeeld in de proceskosten.