ECLI:NL:RBALM:2011:BU6133
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van der Veer
- De Groot
- Margadant
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens onvoldoende causaal verband tussen operatie en ulnaropathie
Eiseres vorderde schadevergoeding wegens ulnaropathie in haar linkerarm, die zij toeschreef aan een tonsillectomie op 17 oktober 2000 in het MST. De rechtbank beval bewijslevering dat de klachten direct gevolg waren van de operatie en dat MST onzorgvuldig had gehandeld.
Vier getuigen, waaronder eiseres zelf, werden gehoord. Hun verklaringen kwamen grotendeels overeen met eerder gedane schriftelijke verklaringen. Uit deze verklaringen bleek dat eiseres direct na de operatie klachten had, maar deze niet tijdig aan het medisch personeel had gemeld. De rechtbank vond het opmerkelijk dat het eerste huisartsbezoek pas op 10 november 2000 plaatsvond, terwijl eiseres stelde dit eerder te hebben gedaan.
De rechtbank overwoog dat de operatie van korte duur was, de patiënt in rugligging lag en het infuus in de linkerarm was ingebracht, waardoor afklemming van de arm tijdens de operatie praktisch werd uitgesloten. Zelfs als er sprake was van afklemming, zou deze zeer kortdurend zijn geweest en elders kunnen hebben plaatsgevonden. Het enkele feit dat eiseres na de operatie prikkelingen voelde, was onvoldoende om causaal verband met de later gediagnosticeerde ulnaropathie aan te nemen.
Ten slotte oordeelde de rechtbank dat er geen relevant verwijt kon worden gemaakt aan MST en wees de vordering af. Eiseres werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af wegens onvoldoende bewijs van causaal verband en onzorgvuldig handelen door MST.