ECLI:NL:RBALM:2011:BU3999
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.H. van der Veer
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid advocaat voor beroepsfout bij niet tijdig indienen beroepschrift
Eiser trad in 1998 in dienst bij Otto Industries Europe B.V. met een arbeidsovereenkomst onder Duits recht. Otto zegde de overeenkomst op per 31 maart 2003, waarop eiser tijdig een Nederlandse advocaat inschakelde om verweer te voeren tegen het ontslag. De advocaat stelde een dagvaarding op, maar diende deze niet tijdig in, waardoor het verweer tegen het ontslag niet ontvankelijk werd verklaard.
Eiser stelde dat door deze beroepsfout de kans verloren ging om vast te stellen dat het ontslag sociaal onrechtvaardig was en daardoor ongeldig. De omvang van de schade was aanvankelijk onzeker omdat het gerechtshof nog geen definitief oordeel had gegeven over de rechtspositie van eiser na het verstrijken van de wettelijke termijn.
De rechtbank oordeelde dat Nederlands recht van toepassing is op de overeenkomst tussen eiser en advocaat. De beroepsfout werd erkend door de advocaat, maar er was discussie over de omvang van de schade. Gezien het arrest van het gerechtshof dat de arbeidsovereenkomst per 30 maart 2006 was geëindigd, achtte de rechtbank het niet aannemelijk dat de arbeidsrelatie langer zou hebben voortgeduurd.
De rechtbank concludeerde dat de procedure tegen Otto zonder de beroepsfout niet nodig was geweest en dat de kosten daarvan als schade moeten worden beschouwd. De schadevergoeding werd vastgesteld op €2000, vermeerderd met wettelijke rente. De proceskosten werden gecompenseerd en overige vorderingen afgewezen.
Uitkomst: Advocaat aansprakelijk voor beroepsfout en veroordeeld tot schadevergoeding van €2000 met rente; proceskosten gecompenseerd.