ECLI:NL:RBALM:2011:BU3424
Rechtbank Almelo
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering tot ontruiming woning na intrekking toestemming verblijf
In deze zaak vordert eiser de ontruiming van zijn woning door gedaagde 1 en gedaagde 2, die zonder recht of titel in de woning verblijven. Hoewel er aanwijzingen zijn dat er een mondelinge huurovereenkomst zou zijn, wordt dit onvoldoende aannemelijk geacht. De voorzieningenrechter oordeelt dat eiser aanvankelijk toestemming heeft verleend, maar deze toestemming later heeft ingetrokken.
De bewoners hebben wel betalingen gedaan, maar deze worden door eiser betwist en niet als huur erkend. Ook inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie en betaling van vaste lasten leiden niet tot het aannemen van een huurovereenkomst. De vordering tot ontruiming wordt daarom toegewezen met een termijn tot 1 december 2011 om vervangende huisvesting te zoeken.
De gevraagde machtiging voor inzet van de sterke arm wordt afgewezen omdat de deurwaarder deze bevoegdheid rechtstreeks uit de wet ontleent. Gedaagden worden veroordeeld tot betaling van een dwangsom bij niet-naleving en in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld de woning te ontruimen vóór 1 december 2011 met een dwangsom bij niet-naleving.