ECLI:NL:RBALM:2011:BU3310
Rechtbank Almelo
- Kort geding
- J.H. van der Veer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering schoolkosten op grond van echtscheidingsconvenant en nadere afspraken
De zaak betreft een kort geding waarin een 18-jarige dochter vordert dat haar vader een bedrag van €1.464,88 betaalt ter vergoeding van schoolkosten, gebaseerd op een echtscheidingsconvenant en nadere afspraken tussen haar ouders. De vader betwist dat de dochter een zelfstandig vorderingsrecht heeft en stelt dat hij reeds betalingen heeft verricht.
De voorzieningenrechter gaat uit van de vaststaande feiten dat de schoolkosten nog niet voldaan waren, maar dat de vader na de mondelinge behandeling alsnog betalingen van €352,88 en €500,00 heeft gedaan. De rechter stelt vast dat het derdenbeding in het convenant de dochter een zelfstandig vorderingsrecht kan geven, maar dat de inhoud van de afspraken moet worden uitgelegd aan de hand van redelijkheid en billijkheid.
De voorzieningenrechter oordeelt dat onder "kosten van de school" alleen verplichte kosten vallen en dat vrijwillige kosten, zoals het keuzevak 'Snow' en een zeilkamp, niet zonder overleg kunnen worden gevorderd. Omdat hierover onduidelijkheid bestaat en nadere instructie voor een bodemprocedure nodig is, wordt dit deel van de vordering afgewezen.
Gezien de door de vader verrichte betalingen en het ontbreken van een bewijs dat hij tekort is geschoten, wijst de voorzieningenrechter de vordering van de dochter af. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vordering tot betaling van schoolkosten wordt afgewezen omdat de vader aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan.