ECLI:NL:RBALM:2011:BT6383
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Lorist
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering Obvion wegens onvoldoende bewijs beroepsfout taxateur
Obvion vordert vergoeding van een restschuld na executie van een woning, stellende dat de taxateur in dienst van [gedaagde] onrechtmatig heeft gehandeld door een te hoge waarde te taxeren. De taxatie was bedoeld voor een hypothecaire lening aan [Y]. Obvion baseert haar vordering op een beroepsfout die tot schade heeft geleid.
De rechtbank stelt vast dat de taxatie in 2004 hogere oppervlakte- en inhoudsmaten vermeldt dan latere taxaties en het Kadaster, maar concludeert dat dit niet leidt tot een onzorgvuldige beroepsuitoefening. Ook wordt de stelling dat de taxateur in opdracht van de klant heeft getaxeerd onvoldoende onderbouwd geacht.
Obvion heeft niet tijdig geklaagd en er bestaat geen rechtstreekse contractuele verhouding tussen Obvion en [gedaagde]. De latere taxaties en marktontwikkelingen verklaren het verschil in waarde. De rechtbank wijst de vordering af en veroordeelt Obvion in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van Obvion af wegens onvoldoende bewijs van onrechtmatig handelen van de taxateur.