ECLI:NL:RBALM:2011:BR6426
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.H. van Rhijn
- Rechtspraak.nl
Kantonrechter oordeelt over verkrijgende verjaring opstalrecht en huurovereenkomst grond
De zaak betreft een geschil tussen [eiseres], eigenaresse van een perceel grond, en [gedaagden], die sinds 1983 de grond huren en in 1984 de daarop staande recreatiewoning kochten. [gedaagden] stelt dat zij door verjaring eigenaar zijn geworden van het opstalrecht op de woning, terwijl [eiseres] dit betwist en de huurovereenkomst heeft opgezegd met het verzoek tot ontruiming.
De kantonrechter stelt vast dat het bezit van de woning niet automatisch betekent dat [gedaagden] ook bezitter is van het opstalrecht. Er is geen bewijs geleverd dat het opstalrecht door verjaring is verkregen, mede gelet op de jurisprudentie van de Hoge Raad. De opzegging van de huurovereenkomst wordt afgewezen omdat de opzegtermijn onredelijk is en het belang van [gedaagden] om in de woning te blijven wonen zwaar weegt.
Verder wordt de vordering tot huurprijsverhoging afgewezen omdat er onvoldoende onvoorziene omstandigheden zijn gesteld en de huurprijs conform afspraken is geïndexeerd. De vordering tot het vestigen van een recht van weg wordt eveneens afgewezen. De proceskosten worden in conventie gecompenseerd en in reconventie aan [eiseres] opgelegd.
Uitkomst: Geen verkrijgende verjaring van opstalrecht; opzegging huurovereenkomst afgewezen; overige vorderingen afgewezen.