ECLI:NL:RBALM:2011:BR3115
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.H. van Rhijn
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vernietiging effectenleaseovereenkomst en verjaring vordering echtgenote
De rechtbank Almelo behandelde een geschil tussen [eiser 1] en [eiseres 2] enerzijds en Dexia Bank Nederland anderzijds over de vernietiging van twee effectenleaseovereenkomsten, genaamd WinstVerDriedubbelaar, gesloten door [eiser 1].
De echtgenoten vorderden primair vernietiging van de overeenkomsten op grond van artikel 1:88 lid 1 sub d en Pro 1:89 BW, stellende dat [eiseres 2] niet had ingestemd met de overeenkomsten. Dexia betwistte dit en voerde onder meer verjaring aan. De rechtbank overwoog dat het vernietigingsberoep niet tijdig was ingediend en dat het gebruikelijk is dat beleggingsbeslissingen gezamenlijk worden genomen, maar erkende dat echtelieden onderling briefgeheim respecteren.
De rechtbank stond Dexia toe bewijs te leveren dat [eiseres 2] ten minste drie jaar voor de vernietigingsverklaring bekend was met de overeenkomsten en dat de verjaring van Dexia’s vordering was gestuit door aanmaningsbrieven. Verdere beslissingen werden aangehouden, waarbij partijen gelegenheid krijgen zich uit te laten over de subsidiaire vorderingen.
Uitkomst: De rechtbank staat Dexia toe bewijs te leveren over kennisname en stuiting van verjaring en houdt verdere beslissing aan.