ECLI:NL:RBALM:2011:BQ7293

Rechtbank Almelo

Datum uitspraak
7 juni 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-710340-10
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • Stoové
  • Jordaans
  • Alers
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Heropening onderzoek wegens onvolledig sporenonderzoek in strafzaak

De rechtbank Almelo heeft op 7 juni 2011 besloten het strafrechtelijk onderzoek te heropenen omdat het sporenonderzoek door de recherche niet volledig was uitgevoerd. Tijdens de zitting van 26 november 2010 was reeds opdracht gegeven aan de officier van justitie om aanvullende onderzoeken te verrichten en ontbrekende gegevens toe te voegen.

De regiopolitie Twente heeft op 8 december 2010 en 29 maart 2010 processen-verbaal van bevindingen en sporenonderzoek opgesteld, maar deze bevatten geen duidelijkheid over DNA-onderzoek op het aangetroffen touw en de sok. Tevens ontbrak een volledig overzicht van alle veiliggestelde sporen en voorwerpen met details over plaatsvond en onderzoek.

De rechtbank achtte het noodzakelijk dat ook een kopie van de aangetroffen hotelrekening aan het dossier wordt toegevoegd. De voorlopige hechtenis van verdachte wordt geschorst tot de nadere terechtzitting. De rechtbank beveelt dat de zitting wordt hervat op een nader te bepalen datum en tijd in overleg met de officier van justitie.

Uitkomst: Het onderzoek wordt heropend en de voorlopige hechtenis van verdachte geschorst tot nadere zitting.

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO
Uitspraak van 7 juni 2011 (interlocutoir vonnis)
Parketnummer: 08/710340-10
De rechtbank te Almelo, meervoudige kamer voor strafzaken.
Op 22 juni 2010, 31 augustus 2010, 26 november 2010 en 24 mei 2011 heeft het onderzoek ter terechtzitting plaatsgevonden in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Almelo, tegen de verdachte genaamd:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] (geboorteland]) op [1989],
wonende te [woonplaats].
Bij de beraadslaging is gebleken dat het onderzoek niet volledig is geweest ten aanzien van de aan verdachte tenlastegelegde feiten.
Ter terechtzitting van 26 november 2010 heeft de rechtbank aan de officier van justitie opdracht gegeven om over de vraagpunten zoals omschreven in het proces-verbaal van die terechtzitting, nadere inlichtingen te verstrekken, onderzoek te verrichten en gegevens aan het dossier toe te voegen.
In opdracht van de officier van justitie heeft de regiopolitie Twente, rechercheteam cluster Noord Oost op 8 december 2010 een proces-verbaal van bevindingen en op 29 maart 2010 een proces-verbaal van sporenonderzoek met foto’s opgemaakt.
Deze processen-verbaal geven evenwel geen antwoord op de vraag of (DNA-) onderzoek heeft plaatsgevonden op het aangetroffen touw/koord (SINAAAH1364NL) en op de aangetroffen sok (SIN AAAH1371NL) en, zo nee, of dat onderzoek alsnog kan worden uitgevoerd.
Bovendien ontbreekt het door de rechtbank gevraagde volledige overzicht van alle in de zaak veiliggestelde sporen en voorwerpen met exacte vermelding van de plaats waar deze zijn aangetroffen en van de handelingen en technisch onderzoek die met en aan die sporen en voorwerpen zijn verricht.
Tenslotte acht de rechtbank het noodzakelijk dat er een kopie van de aangetroffen hotelrekening (SIN AAAH1367NL) aan het dossier wordt toegevoegd.
De rechtbank zal de voorlopige hechtenis van verdachte bij afzonderlijk opgemaakte beschikking andermaal schorsen tot aan de nadere terechtzitting.
B E S L I S S E N D E :
Heropent het onderzoek.
Beveelt dat het onderzoek ter terechtzitting zal worden hervat op een nader in overleg met de officier van justitie te bepalen datum en tijd.
Stelt de stukken in handen van de officier van justitie, opdat deze als voormeld zal (doen) handelen.
Beveelt de oproeping van verdachte tegen de nadere zitting, met verzoek tot kennisgeving van die zitting aan de raadsman mr. G.N. Weski.
Dit vonnis is gewezen door mr. Stoové, voorzitter, mrs. Jordaans en Alers, rechters, in tegenwoordigheid van Endlich, griffier, en is uitgesproken op 7 juni 2011.