ECLI:NL:RBALM:2011:BQ4200
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Bottenberg – van Ommeren
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dwangsommen wegens permanente bewoning vakantiehuis ondanks verzet
In deze civiele zaak ging het om de vraag of opposanten de opgelegde dwangsommen wegens permanente bewoning van een recreatiewoning moesten betalen. De gemeente had vastgesteld dat opposanten de vakantiewoning permanent bewoonden, terwijl dit niet was toegestaan. Opposanten betwistten dit en voerden onder meer verjaring en onrechtmatigheid van het dwangbevel aan.
De rechtbank oordeelde dat de dwangsommen niet waren verjaard omdat de gemeente de verjaring tijdig had gestuit door brieven te sturen naar het juiste GBA-adres en het adres van de recreatiewoning. Ook was de openbare betekening van het dwangbevel geoorloofd omdat het woonadres van opposanten bij de gemeente onbekend was en opposanten geen nadeel hadden ondervonden.
De rechtbank stelde vast dat opposanten het vermoeden van permanente bewoning niet hadden kunnen ontkrachten. Controleverslagen, gas- en elektriciteitsgegevens en het feit dat opposanten niet over zelfstandige woonruimte op het GBA-adres beschikten, ondersteunden de conclusie dat de recreatiewoning permanent werd bewoond in de periode april tot en met augustus 2009. De invorderingskosten werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
De rechtbank verklaarde het verzet tegen de invorderingskosten gegrond, wees het overige verzet af en veroordeelde opposanten in de proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de dwangsommen wegens permanente bewoning en wijst het verzet tegen invordering grotendeels af.